PreviewJe kijkt naar pull request #42 · fb30cac — dit is niet de live site.Bekijk #42
wattradar

Methode

Zo rekent wattradar

Elk cijfer op deze site moet terug te leiden zijn tot een bron. Deze pagina staat er zodat die verantwoording niet op elke rekentool opnieuw hoeft: hier staat per onderdeel welke formule eronder ligt, welke bron hij gebruikt, en wat hij bewust niet meerekent.

De all-in prijs

Vrijwel elke andere bron toont de kale beursprijs — een getal waar je niets voor kunt kopen. wattradar toont wat een huishouden werkelijk betaalt:

all-in prijs = (marktprijs + leveranciersopslag + energiebelasting) × btw

De marktprijs is de uitslag van de day-ahead-veiling op de Europese stroombeurs (EPEX Spot), opgehaald via de publieke EnergyZero-API. De leveranciersopslag is het bedrag dat je leverancier per kWh bovenop de beursprijs rekent; die staat standaard op het middelste tarief van de dynamische aanbieders uit de leverancierstabel (sinds 2 september 2026: 2,0 ct inclusief btw; daarvoor een vaste aanname van 3,0 ct inclusief btw, die boven elke aanbieder lag) en is per leverancier in te stellen — de tarieventabel noemt per aanbieder de werkelijke opslag met peildatum. De energiebelasting is landelijk vastgesteld en verschilt dus niet per leverancier. De btw is 21%; consumenten betalen inclusief.

Wat er niet in zit: de vaste leveringskosten (enkele euro's per maand), de netbeheerkosten en de vermindering energiebelasting. Die zijn niet afhankelijk van wánneer je verbruikt, en zouden het vergelijken van uren alleen vertroebelen.

Waarom de energiebelasting exclusief btw in de som gaat

In de formule hierboven staat de btw achteraan: hij wordt één keer over het hele bedrag toegepast. De energiebelasting moet er dus exclusief btw in, anders wordt over dat deel twee keer btw gerekend. Dat is de valkuil: officiële publicaties noteren deze tarieven doorgaans inclusief btw. wattradar rekent ze bij het inlezen terug. Voor 2026:

De tarieven staan niet in de code maar in de database achter de site, zodat een nieuw belastingjaar geen nieuwe uitrol vraagt. IJkpunt: Milieu Centraal noemt een all-in prijs van ongeveer € 0,27 per kWh en € 1,35 per m³. Deze tarieven worden jaarlijks politiek vastgesteld bij het Belastingplan.

Uur- of kwartierprijzen

Sinds 1 oktober 2025 veilt de beurs per kwartier in plaats van per uur, en sinds 1 januari 2026 rekenen leveranciers ook per kwartier af. wattradar archiveert allebei: de uurreeks (EnergyZero, ruim een jaar diep) en sinds augustus 2026 óók de echte kwartierprijzen, rechtstreeks van het ENTSO-E-transparantieplatform — opvraagbaar via /api/prices?resolution=quarter. De rekentools staan nog op de uurreeks: die dekt een vol jaar en dus elk seizoen, waar de kwartierreeks pas een vol jaar dekt in de zomer van 2027. Rekenen op uurgemiddelden is een onderschatting van de spreiding, nooit een overschatting: kwartieren wijken binnen het uur verder uit dan hun gemiddelde. Gemeten op de eerste 20 dagen waarvoor beide reeksen bestaan (12–31 augustus 2026, batterijsimulatie op het standaardhuis): op echte kwartieren lag de totale opbrengst zo'n 3% hoger en het prijsoptimalisatiedeel zo'n 4%; bij een vaste prijs — puur zonnestroom vasthouden — maakte de resolutie niets uit. Winterdagen kunnen daar nog van afwijken. Zodra de kwartierreeks een vol jaar dekt, stappen die sommen over.

Einde van de salderingsregeling

Van je opwek gebruik je een deel direct zelf; de rest gaat het net op. Zolang salderen bestaat, wordt die teruglevering weggestreept tegen je afname — tot maximaal wat je zelf afneemt. Precies dat deel verliest per 1 januari 2027 zijn waarde:

extra = gesaldeerde kWh × (stroomprijs − terugleververgoeding) + terugleverkosten 2027 − terugleverkosten nu

Terugleverkosten tellen alleen als verschil. Veel leveranciers rekenen ze nú al, en de ACM stelt dat ze ook ná 2027 redelijke kosten voor teruglevering mogen rekenen; wat je in beide jaren betaalt is dus geen gevolg van het einde van salderen. De wettelijke bodem onder de terugleververgoeding is tot 1 januari 2030 minimaal 50% van het kale leveringstarief. Wettelijke basis: Wet beëindiging salderingsregeling, aangenomen 17 december 2024. Naar de rekentool.

Thuisbatterij

Sinds 31 augustus 2026 is dit één fysieke simulatie in plaats van twee opgetelde deelsommen. De batterij wordt uur voor uur doorgerekend over het hele prijsarchief, met het huishoudverbruik (E1A-profiel, geschaald op het jaarverbruik) en de opwek van het eigen dak (gemeten instraling, per dakvlak) ernaast. Er is één State of Charge: dezelfde capaciteit kan niet tegelijk zonnestroom vasthouden én goedkope netstroom bevatten. Per lokale dag verdeelt de simulatie de capaciteit over de winstgevendste combinaties — zon vasthouden voor de avond, goedkope uren opslaan voor dure — binnen de harde grenzen:

0 ≤ lading ≤ capaciteit · laden en ontladen ≤ vermogen × tijd · verliezen: √rendement erin, √rendement eruit

Het contract is de strategie: op een vaste prijs bestaat er geen prijsverschil en doet de batterij alleen aan zonnestroom vasthouden; op een dynamisch contract stuurt hij ook op de uurprijzen, met de dagprijzen als voorkennis — zoals een echte batterij op day-ahead-prijzen stuurt. Het rendementsverlies draagt ook energiebelasting: die betaal je over elke ingekochte kWh, ook over de kWh die de batterij onderweg verliest. Hoeveel zonnestroom er extra in huis blijft en de equivalente volledige cycli per jaar zijn uitkomsten, geen invoer; de slijtageregel (aanschafprijs gedeeld over ± 6.000 volle cycli) is nadrukkelijk een indicatie. De lading begint elke dag leeg — nachtelijke arbitrage over de daggrens laten we bewust liggen, een kleine onderschatting.

Er is één batterijsom op de hele site: de batterijtool, de energiecheck en de bespaarteller rekenen alle drie met deze simulatie, zodat dezelfde invoer overal hetzelfde bedrag geeft. Is het uurarchief niet bereikbaar, dan staat er géén bedrag — geen vereenvoudigde schatting die er geloofwaardig uitziet maar uit een andere rekenmethode komt.

Bewust niet meegerekend: handel op de onbalansmarkt (niet gegarandeerd, vergt een aansturingsplatform), subsidie, en waardestijging van de woning. Op een thuisbatterij geldt 21% btw; het nultarief voor zonnepanelen geldt er niet voor. Naar de rekentool.

Zonnepanelen en PVGIS

De opbrengst per kWp komt uit PVGIS v5.2 van het Joint Research Centre van de Europese Commissie, voor Midden-Nederland. Het raster bevat gemeten opbrengsten voor drie hellingshoeken (20°, 35°, 50°) en vijf oriëntaties (oost tot west); daartussen wordt bilineair geïnterpoleerd, en buiten het raster wordt geklemd in plaats van geëxtrapoleerd. Een optimaal dak haalt circa 1.030 kWh per kWp per jaar — hoger dan de vuistregel van 0,85 kWh per Wp die elders wordt gebruikt, omdat die vuistregel over álle daken middelt.

De terugverdientijd wordt jaar voor jaar doorgerekend, met een half procent minder opbrengst per jaar door veroudering en met terugleverkosten die blijven staan. Investering delen door besparing zou dat verschil wegpoetsen. Richtprijs: € 0,94 per wattpiek op een schuin dak inclusief omvormer, montage en installatie (Consumentenbond, 18 maart 2026), bij 0% btw. Liggen de panelen op twee dakvlakken (oost-west), dan is de opbrengst het gewogen gemiddelde van beide vlakken en telt het opwekprofiel de vormen van beide vlakken op. Met een postcode rekent de som met de PVGIS-opbrengst van de eigen regio in plaats van Midden-Nederland; de pagina zegt welke van de twee er onder de uitkomst ligt. Schaduw is een grove drie-standenvraag (een beetje = −10%, veel = −30% opbrengst) — nadrukkelijk een schatting, geen dakscanner: echte schaduwverliezen zijn adresgebonden. Naar de rekentool.

Hoeveel zonnestroom je zelf gebruikt

De som loopt per kwartier over twaalf gemiddelde dagen, één per maand. De opwek per maand komt uit PVGIS; de verdeling over de dag is zonnegeometrie, met de piek verschoven naar de oriëntatie van het dak. Het huishoudverbruik volgt een dagprofiel met een ochtendpiek, een dal midden op de dag en een hoge avondpiek — dat middagdal is de reden dat een gemiddeld huishouden op ongeveer 30% blijft steken.

Drie getallen, waarvan het middelste het eerlijke is: "zoals het nu gaat" met de gebruikelijke tijden, "als élke beurt raak zit" als theoretische bovengrens, en daartussen een realistische schatting met een benuttingsgraad per apparaat — ongeveer een derde van de was-, droog- en vaatbeurten laat zich echt verplaatsen, een boilertimer bijna helemaal. Geijkt op Milieu Centraal (30 juni 2026) en RVO (14 april 2026). Naar de rekentool.

Vast of dynamisch

De backtest weegt de gemiddelde uurprijzen uit het archief met een verbruiksprofiel — gelijkmatig of met een avondpiek — en vergelijkt de uitkomst met de vaste prijs die je invult. Alleen de leveringsprijs per kWh telt mee; de vaste leveringskosten, die per leverancier tientallen euro's per jaar schelen, zitten er niet in. De ranglijst onder het resultaat (sinds 2 september 2026) rekent wél per aanbieder, met de gepubliceerde opslag en vaste leveringskosten en met het eigen contract als rij ertussen — daarom kan die lijst anders uitpakken dan de backtest, en zegt het advies erbij hoe dat zit. De backtest zelf is nadrukkelijk een backtest op de gemeten periode, geen voorspelling van volgend jaar. Naar de rekentool.

Wie in het thuisprofiel aangeeft overdag thuis te zijn, krijgt het gelijkmatige profiel als schatting voorgezet (sinds 30 augustus 2026): thuiswerken tilt het verbruik naar de goedkopere daguren, al blijft de avondpiek van koken bestaan — het echte overdag-profiel ligt ergens tussen de twee smaken in. De schatting is herkenbaar aan het ±-teken bij de profielkeuze, en één druk op een profielknop wint er blijvend van.

Leveranciersgegevens

De opslagen, vaste leveringskosten en terugleverkosten per leverancier komen van de tariefbladen van die leveranciers zelf. Elke rij draagt een peildatum; tarieven veranderen regelmatig en wattradar controleert ze periodiek. Waar een leverancier de terugleverkosten in een staffel uitdrukt, is het ijkpunt een teruglevering van ongeveer 2.400 kWh per jaar. Levert een huishouden fors meer terug, dan vallen de werkelijke kosten hoger uit dan de tabel toont; dat staat bij de rekentools erbij. Naar de tabellen.

Datakwaliteit en de grenzen ervan

Het prijsarchief is van wattradar zelf: een cron-taak vult ieder kwartier van het etmaal het archief aan — de uurreeks, teruggevuld uit de EnergyZero-historie tot ruim een jaar diep, en de kwartierreeks van ENTSO-E. Het venster rolt mee tot ongeveer 400 dagen; de actuele stand (periode, dagenteller, resolutie) is opvraagbaar via /api/status. Hoeveel dagen er onder een berekening liggen, staat bij die berekening — met een balkje dat vol loopt bij een heel jaar. Zit er nog geen volledige winter in, dan zegt de tool dat, want winters kennen grotere prijsverschillen en minder zon.

Verder gelden deze grenzen overal. wattradar leest je slimme meter niet uit: dit is de rekenkamer vóór de beslissing, geen leveranciers-app. Alle bedragen zijn indicaties op basis van de aannames die jij invult — geen garantie, geen gegarandeerde besparing en geen gegarandeerde terugverdientijd. En waar de data te dun is of het verschil te klein, geeft een tool bewust geen aanbeveling.

Correcties en wijzigingen

Wat er in de berekeningen is veranderd sinds de site live ging, en wat dat betekende voor uitkomsten van daarvóór. Deze lijst gaat alleen over de sommen; opmaak en teksten staan er niet in.

6 september 2026
Eén batterijsom, en geen bedrag meer zonder de bijbehorende data. De bespaarteller had een eigen batterijformule: een vaste batterij van 10 kWh op de drie goedkoopste en drie duurste uren van elke dag, ongeacht je contract, je panelen of de batterij die je in de tool had ingesteld. Bij precies dezelfde invoer noemde hij daarom een ander bedrag dan de batterijtool één klik verder. Alle batterijbedragen komen nu uit dezelfde fysieke simulatie; het weekbedrag op de bespaarteller wordt over de laatste zeven archiefdagen gesimuleerd, met het verbruik van díé week — niet een jaarbedrag gedeeld door 52. Tegelijk is de vereenvoudigde terugvalsom verdwenen: was het uurarchief niet bereikbaar, dan sprong die in en stond er een geloofwaardig bedrag onder een som die niet gedraaid had. Nu staat er een streepje met de reden erbij. Geraakt: het batterijbedrag op de bespaarteller (dat kan fors lager uitvallen — het rekent nu met jóúw batterij en contract) en elke batterijuitkomst op het moment dat het archief hapert.
6 september 2026
Direct eigen verbruik kan nooit groter zijn dan je huishoudverbruik. De salderingssom vermenigvuldigde de opwek met het ingestelde percentage eigen verbruik, zonder te toetsen of je dat überhaupt kúnt gebruiken. Bij 8.900 kWh opwek naast een huishouden van 800 kWh kwam er zo 2.670 kWh "direct zelf gebruikt" uit, viel de netafname op nul en werd het salderingsnadeel te laag geschat. De rekenkern begrenst nu op de opwek én op het huishoudverbruik, en de tool zegt met welk percentage er werkelijk gerekend is. Geraakt: de salderingstool en elke plek die hem gebruikt (energiecheck, leveranciersvergelijking) voor huishoudens met veel opwek naast weinig verbruik. Voor het gemiddelde huis verandert er niets.
6 september 2026
Geen zonnepanelen betekent overal nul opwek. Wie op de situatiekaart "geen zonnepanelen" antwoordde, kreeg op de salderingstool tóch een persoonlijk nadeel te zien — gerekend met het standaarddak van tien panelen. De batterijtool hield al wél rekening met dat antwoord, de salderingstool niet: twee tools, twee waarheden over hetzelfde huis. Alle tools lezen de opwek nu uit één gedeelde bron. Wil je zien wat panelen zouden opleveren, dan is dat een scenario met een eigen knop — dat verandert je situatie niet. Geraakt: het bedrag op /saldering en de salderingskaart in de energiecheck voor bezoekers zonder panelen; dat is voortaan nul, wat het altijd al had moeten zijn.
31 augustus 2026
De thuisbatterij is één fysieke simulatie geworden. De oude som telde prijsarbitrage (elke dag de volle capaciteit op het dagspread) en zonopslag (een handmatige schuif "extra eigen zonnestroom") onafhankelijk op — maar een batterij heeft maar één lading, en dezelfde 10 kWh kan niet twee keer geld verdienen. De simulatie rekent de batterij nu uur voor uur door met verbruik en opwek ernaast, met het contracttype als strategie en de fysieke grenzen (capaciteit, vermogen, rendement) hard bewaakt. Geraakt: elke batterijuitkomst en de batterijkaart in de energiecheck. Uitkomsten van vóór deze datum waren fors te gunstig: op het standaardhuis met panelen gaf de oude som circa € 655 per jaar waar de simulatie op een dynamisch contract circa € 400 geeft, en op een vaste prijs circa € 275. De handmatige zonneschuif en de 1×/2×-cycliknoppen zijn vervallen; extra eigen zonnestroom en equivalente cycli zijn voortaan uitkomsten.
31 augustus 2026
Het dak kent nu meerdere vlakken, een schaduwstand en de eigen regio. "Bij oost-west: kies de kant met de meeste panelen" was te grof — niet alleen hoevéél je opwekt telt, maar wannéér. Op Zonnepanelen is de verdeling over twee dakvlakken instelbaar; de jaaropbrengst is dan het gewogen gemiddelde van beide vlakken en het opwekprofiel telt de vormen van beide vlakken op — dat profiel gebruiken ook de eigenverbruiktool, de leveranciersvergelijking en de energiecheck. Nieuw is óók de grove schaduwvraag (een beetje = −10%, veel = −30%; nadrukkelijk een schatting) en de regionale PVGIS-opbrengst op basis van de postcode: aan de kust ligt die zo'n 5% boven Midden-Nederland. Geraakt: de opbrengst en terugverdientijd op /zonnepanelen en de zonkaarten in de energiecheck voor wie een tweede dakvlak, schaduw of postcode instelt; wie niets instelt, krijgt exact de oude uitkomst.
24 augustus 2026
Teruglevering wordt gewaardeerd per uur in plaats van tegen het jaargemiddelde. Op Leveranciers staat sindsdien een vergelijking voor een dynamisch contract mét zonnepanelen. Die legt een jaar echte uurprijzen naast de opwek van het opgegeven dak (berekend uit gemeten instraling) en het officiële verbruiksprofiel voor kleinverbruikers. Dat verandert de uitkomst wezenlijk: op het archief van augustus 2026 lag de gemiddelde marktwaarde van teruggeleverde zonnestroom bij een dak op het zuiden op 4,3 ct/kWh, tegen 9,6 ct als jaargemiddelde van de beurs en 11,3 ct op de uren dat hetzelfde huishouden juist stroom afnam. Wie teruglevering tegen het jaargemiddelde waardeert, rekent zich rijk. Geraakt: alleen de nieuwe vergelijking; de salderingstool, de batterijtool en de backtest rekenen ongewijzigd door.
24 augustus 2026
Terugleveropslag per leverancier is data geworden. Wat een leverancier op de terugleververgoeding doet, stond alleen als zin in de tarieventabel en werd met een tekstpatroon uit die zin gevist. Het staat nu als getal in de tabel, met dezelfde bron en peildatum. Voor de periode ná het einde van de saldering geldt een uitgesproken regel: een leverancier die publiceert wat hij dan betaalt, wordt met dat tarief gerekend; zegt hij niets, dan loopt een afslag die hij nu al inhoudt door maar een opslag die hij nu geeft niet. Anders zou zwijgen over 2027 lonen.
24 augustus 2026
Apparaatadvies rekende door op de meegeleverde momentopname. Op de apparaatpagina's en op Slim verbruiken werd het advies niet opnieuw opgebouwd zodra de live prijzen binnen waren, waardoor er tot dan een blok uit een oude voorbeelddag stond. Geraakt: het geadviseerde tijdvak en de bijbehorende prijs op die pagina's. De prijskaart, de uurgrafiek en de rekentools stonden los van deze fout.
21 augustus 2026
Prijsarchief teruggevuld tot een vol jaar. De thuisbatterij- en backtestsommen liepen daarvoor over een kortere, zomerse periode. Geraakt: terugverdientijd van de batterij en de backtest vast of dynamisch. Uitkomsten van vóór deze datum waren gunstiger voor de batterij dan een heel jaar rechtvaardigt: winterdagen kennen grotere prijsverschillen, maar ook minder zon.
15 augustus 2026
Terugleverkosten tellen alleen nog als verschil. De salderingstool rekende de terugleverkosten van 2027 volledig als nadeel, terwijl veel huishoudens ze nu ook al betalen. Sindsdien vraagt de tool beide bedragen en telt alleen het verschil. Geraakt: elke salderingsuitkomst. Uitkomsten van vóór deze datum vielen daardoor ongunstiger uit dan terecht was.
15 augustus 2026
Btw op een thuisbatterij: 21%, ook naast panelen. Eén alinea op de batterijpagina beweerde dat het nultarief voor zonnepanelen ook voor een batterij gold bij gelijktijdige installatie. De Belastingdienst is daar eenduidig over: dat is niet zo. De berekening zelf rekende al met 21%; wie op die alinea afging, ging van een te lage investering uit.

De valkuil met de energiebelasting hierboven is de reden dat er sinds de eerste versie een vaste toets op zit: het belastingdeel wordt exclusief btw opgeslagen, en zou het per ongeluk inclusief worden ingelezen, dan komt het belastingdeel er 21% te hoog uit. Een test in de rekenkern bewaakt die twee tarieven nu getal voor getal.

Een fout gevonden?

Kloppende getallen zijn het hele product. Kun je een cijfer niet herleiden, of denk je dat er een fout in zit? Mail info@wattradar.nl — daar reageren we het snelst op.

Over wattradarWie dit maakt, hoe het verdient, en waarom dat losstaat van de berekening Naar de rekentoolsStroomprijs vandaag, saldering, zonnepanelen, thuisbatterij en de backtest

Pagina gecontroleerd op 24 augustus 2026 · tarieven energiebelasting: 2026 · PVGIS v5.2 · richtprijzen Consumentenbond 18 maart 2026.